Voedingsstoffen

Voedingsstoffen.  

Om beter te kunnen begrijpen waarom er tijdens de begeleiding voor bepaalde voedingsmiddelen wordt gekozen, is het belangrijk om te weten waaruit deze voedingsmiddelen bestaan. Alle voedingsmiddelen bestaan uit (verschillende) voedingsstoffen. Voedingsstoffen hebben we nodig om ons lichaam goed te kunnen laten functioneren. Ontbreken er voedingsstoffen, of krijgen we van bepaalde voedingsstoffen te veel of te weinig binnen, dan verstoort dit het balans en kan dit schadelijk zijn voor de gezondheid.

We onderscheiden de volgende voedingsstoffen:

  • Eiwitten
  • Koolhydraten
  • Vetten
  • (alcohol)
  • Vitamines
  • Mineralen
  • Water

Daarvan worden eiwitten, koolhydraten en vetten afgebroken in het spijsverteringskanaal en voorzien ons lichaam van energie. Alcohol is een stof die ook wordt afgebroken en behoorlijk wat energie levert, maar die eigenlijk geen voedingsstof is. Ons lichaam heeft namelijk geen alcohol nodig om ons lichaam goed te laten werken. Vitamines, mineralen en water worden niet afgebroken en leveren ook geen energie.

 

Eiwitten

Eiwitten zijn essentieel voor ons lichaam. De meest belangrijke functie van eiwit is de opbouw van ons lichaam. Ons lichaam bestaat voor ongeveer 17% uit eiwitten. We gebruiken eiwitten uit voeding om ons lichaamseigen eiwit mee op te bouwen. Eiwitten vormen een bestanddeel van alle cellen en weefsels. Zo is bijvoorbeeld het spierweefsel opgebouwd uit eiwit. Omdat cellen en weefsels beschadigd kunnen raken en verouderen, is het belangrijk dat deze constant gerepareerd en vernieuwd worden. Oude en beschadigde cellen worden afgebroken en vervangen voor nieuwe. Voldoende eiwitten uit de voeding zorgen ervoor dat dit proces van opbouw en afbraak goed kan verlopen.

Naast de opbouw van ons lichaam en als bestanddeel van onze cellen en weefsels, hebben eiwitten ook nog allerlei andere functies in het lichaam. Eiwitten kunnen, in uitzonderlijke gevallen, ook als brandstof worden gebruikt. Wanneer het lichaam energie nodig heeft en er geen andere brandstoffen beschikbaar zijn (vetten en koolhydraten), gebruikt het eiwitten als brandstof. Dit kan zelfs zo ver gaan dat het lichaamseigen eiwit wordt afgebroken om aan de nodige energie te komen. De eerste bron die het lichaam in zo’n situatie aanspreekt is het spierweefsel. De eiwitten in het spierweefsel worden dan afgebroken voor energie. Dit komt voor bij langdurig, verkeerd lijnen of bij verkeerde voeding.

 

Koolhydraten

Koolhydraten zijn verreweg de belangrijkste brandstof die het lichaam dagelijks nodig heeft. Onze lichaamscellen zijn afhankelijk van koolhydraten. Ze komen voor in plantaardige producten en een beetje in zuivelproducten (lactose). Ook worden koolhydraten in de vorm van suiker vaak toegevoegd aan producten om onder andere de smaak ervan te verbeteren.

Koolhydraten komen voor in verschillende vormen, te weten:

  • Enkelvoudige koolhydraten
  • Tweevoudige koolhydraten
  • Meervoudige koolhydraten

Enkel- en tweevoudige koolhydraten noemen we ook wel suikers en geven een zoete smaak. Deze komen voor in suiker, fruit, zuivelproducten en honing. Ze worden snel afgebroken in het spijsverteringskanaal en leveren daarom snel energie.

Meervoudige koolhydraten noemen we zetmeel. Deze komen voor in granen, knollen, wortels en zaden en producten die hiervan gemaakt worden. Deze koolhydraten worden langzamer afgebroken en zorgen er daarom voor dat het lichaam meer geleidelijk wordt voorzien van energie. De voeding zou voor het grootste gedeelte uit deze vorm van koolhydraten moeten bestaan.

 

Vetten

Vetten hebben vaak een negatieve klank, omdat ze de onterechte naam hebben dikmakers te zijn. Vet is echter een noodzakelijke voedingsstof en heeft een aantal belangrijke functies in het lichaam. Zo is vet de rijkste energiebron voor ons lichaam. Vetten vormen ook een oplosmiddel voor de in vet oplosbare vitamines A, D, E en K. Zou de voeding bestaan uit te weinig vetten (bijvoorbeeld bij verkeerde voeding en verkeerd lijnen), dan bestaat de kans dat er een tekort aan deze vitamines ontstaat. Vetten zorgen daarnaast voor bescherming van onze organen. Ze houden het lichaam warm en zijn, net als eiwitten, een bestanddeel van celmembranen en dienen daarom ook als bouwstof. Om al deze redenen is vet, net als alle andere voedingsstoffen, onmisbaar voor ons lichaam en een goede gezondheid.

Vetten komen voor in verschillende vormen namelijk:

  • Verzadigde vetten
  • Onverzadigde vetten
  • Transvetten

De verzadigde vetten zitten vooral in dierlijke producten zoals vlees en zuivel en in harde bak- en braadvetten, zoals roomboter en harde margarine. Ook snacks, taart en koek bevatten vaak veel verzadigd vet. Teveel verzadigd vet is slecht voor de gezondheid, omdat het kan zorgen voor een te hoog cholesterol gehalte in het bloed.

Onverzadigde vetten komen vooral voor in plantaardige producten zoals noten en zaden en plantaardige oliën. Ook vette vis, zoals makreel, zalm en haring bevatten veel onverzadigde vetten. Deze vetten zijn goed voor de gezondheid, omdat ze essentiële vetzuren bevatten en helpen om het cholesterol gehalte omlaag te brengen en op een gezond niveau te houden.

Transvetten zijn geharde onverzadigde vetten. Ze worden fabrieksmatig gehard, waardoor ze andere eigenschappen krijgen. Ze worden veel toegevoegd aan hartige snacks, chips, snoep, sauzen, gebak en koek. Ze vormen, net als verzadigd vet, een belasting voor het lichaam. Vermijd daarom zoveel mogelijk producten die transvet bevatten.

 

Alle voedingsstoffen zijn belangrijk!

We hebben alle bovengenoemde voedingsstoffen nodig om ons lichaam sterk en gezond te houden. Ook wanneer iemand wilt afvallen, is het belangrijk dat de voeding blijft bestaan uit al deze voedingsstoffen. Alleen dan kan iemand op een gezonde manier gewicht verliezen zonder dat het lichaam daardoor uit balans raakt. Mensen die bijvoorbeeld voor een bepaald dieet zo veel mogelijk vetten of koolhydraten uit hun dagelijkse voeding schrappen, doen hun eigen lichaam tekort. Hierdoor zal het lichaam zich gaan verzetten. Het eerste wat kan gebeuren is dat het lichaam de stofwisseling verlaagd, wat juist belangrijk is om af te vallen. Een lage stofwisseling maakt het namelijk moeilijker om gewicht te verliezen.

Koolhydraten zijn dus de belangrijkste energieleveranciers voor ons lichaam. Ons lichaam breekt koolhydraten af tot glucose wat in de lichaamscellen verbrand wordt en waarbij energie vrijkomt. Als het lichaam te weinig of zelfs geen koolhydraten binnen krijgt, zal het andere bronnen moeten gebruiken om aan energie te komen. Te weten: vetten en eiwitten.

Als er een langere tijd een disbalans is in het voedingspatroon (bijvoorbeeld door te weinig koolhydraten te eten), dan zal het lichaam overschakelen in een zogenaamde ‘spaarstand’. Het lichaam verlaagt de stofwisseling en wilt zoveel mogelijk energie opslaan (vet). Het lichaam maakt verschillende stresshormonen (cortisol) aan. Deze stresshormonen zorgen ervoor dat het lichaamseigen eiwit (spierweefsel) wordt omgezet in glucose, zodat dit gebruikt kan worden voor energie.

Kortom: bij een disbalans in het voedingspatroon kan het lichaam spierweefsel gaan afbreken om aan voldoende glucose te komen voor energie. De stofwisseling verlaagt, waardoor het nog lastiger wordt om vet te verbranden, wat eigenlijk de bedoeling is. De lichaamssamenstelling verandert in een tamelijk lage spiermassa en een vrij hoge vetmassa, ook rondom de organen (visceraal vet=orgaanvet). Niet goed dus!

Belangrijk is om een balans te vinden in de voeding. Een balans bestaat uit de juiste hoeveelheid koolhydraten, eiwitten en vetten. In een gezonde voeding leveren koolhydraten minimaal 40% van de energie, eiwitten minimaal 15% en vetten minimaal 20 of 25%. De exacte hoeveelheid is per persoon verschillend. Vegetariërs, zwangere en krachtsporters hebben bijvoorbeeld wat meer eiwitten nodig. Voor iedereen wordt aangeraden om de voeding te laten bestaan uit 50-55% koolhydraten waarbij de voorkeur uitgaat naar zetmeelrijke producten, 20-35% uit vetten waarbij de verzadigde- en transvetten zoveel mogelijk moeten worden vermeden en 15-25% eiwitten.

Tijdens de begeleiding zullen we de focus leggen op een juiste verhouding tussen de voedingsstoffen. Hierdoor komt de voeding weer in balans, net als het lichaam.