variëren

Variëren. 

In Nederland kennen we de Richtlijnen Goede Voeding en de daarvan afgeleide Richtlijnen Schijf van Vijf. Als je eet volgens deze richtlijnen, krijg je van alle voedingsstoffen, voldoende binnen. Maar ook als je volgens de richtlijnen eet, maar daarbij zeer weinig of niet varieert, dan is dit niet helemaal juist. Naast dat het natuurlijk erg saai is om elke dag hetzelfde te eten, is het ook niet bevorderlijk voor de gezondheid. En daarbij komt dat mensen die altijd hetzelfde eten, eerder terug vallen in oude, ongezonde patronen.

De belangrijkste reden om veel te variëren met voeding is om te voorkomen dat je een tekort of een teveel aan bepaalde (voedings)stoffen binnenkrijgt. Elk voedingsmiddel bevat voedingsstoffen. Het ene voedingsmiddel bevat meer en andere voedingsstoffen dan de ander. Er bestaat geen enkel voedingsmiddel dat alle voedingsstoffen bevat die we nodig hebben. Daarom is variatie zo belangrijk. Door op de juiste manier te variëren, krijg je van alle voedingsstoffen voldoende en niet te veel.

Maar variatie is ook belangrijk om te voorkomen dat we teveel schadelijke stoffen binnenkrijgen. Spinazie bijvoorbeeld is een ontzettend gezonde groente die rijk is aan ijzer en vitamine C en die elke week gegeten kan worden. Spinazie bevat daarnaast ook nitraat en oxaalzuur. Dit zijn stoffen die, wanneer ze teveel en te vaak genomen worden, ook schadelijke effecten kunnen hebben op het menselijk lichaam. Door veel te variëren in de voeding voorkom je een teveel aan schadelijke stoffen.

Ieder voedingspatroon zou moet bestaan de zogenaamde ‘basisvoedingsmiddelen’. Met deze basisvoedingsmiddelen is het mogelijk om een gezonde voeding samen te stellen. De categorieën zijn:

  • Groenten
  • Fruit
  • Peulvruchten
  • Brood, graanproducten, aardappelen
  • Vlees, vis, kip, eieren
  • Zuivelproducten
  • Noten, zaden en pitten
  • Smeer- en bereidingsvetten
  • Dranken

Er valt oneindig veel te variëren met deze bovengenoemde categorieën. Probeer zo veel mogelijk nieuwe dingen uit. Vervang je boterham met kaas in de ochtend eens voor een kom havermoutpap met halfvolle melk. Of kies als tussendoortje een keer voor een kiwi in plaats van een appel. Als lunch zou je eens kunnen kiezen voor een verse salade of zelfgemaakte soep. Er zijn ook ontzettend veel verschillende groenten verkrijgbaar. Hier kan je elke dag mee variëren, zodat je elke avond een andere maaltijd op tafel hebt staan. En als laatst is het niet nodig om elke dag vlees te eten bij de avondmaaltijd. Vis of kip zijn prima alternatieven. Ook peulvruchten, rijst en eieren zijn perfecte vleesvervangers. Varieer dus volop en probeer nieuwe dingen uit.

Soms eten mensen altijd hetzelfde, omdat ze nou eenmaal niet gewend zijn om anders te eten. Ze hebben het nooit geleerd om anders te eten, óf ze hebben vroeger iets gehad wat ze niet lekker vonden en hebben het daarna nooit meer gegeten. Maar je smaak kan weldegelijk veranderen. Producten die je vroeger niet lekker vond, kunnen nu misschien wel meevallen. Vaak is het een kwestie van wennen.

Als je bijvoorbeeld voor de eerste keer een nieuwe groente of een vreemd stuk fruit eet, zal je smaak daar aan moeten wennen. Het uiterlijk van een product, de geur, de structuur, de temperatuur, zijn allemaal factoren die onze smaak beïnvloeden. Als je nieuwe voedingsmiddelen uitprobeert, probeer het dan in ieder geval een paar keer voordat je een conclusie trekt. Het kan zijn dat je een nieuw voedingsmiddel na een paar keer wel lekker begint te vinden. Probeer het nieuwe voedingsmiddel ook op verschillende manieren te bereiden. Zo kun je bijvoorbeeld sommige groenten prima rauw eten, je kunt ze koken, grillen of verwerken in een gerecht. Vind de manier die het beste bij je past en die jij het lekkerst vindt.